minisymposium 14-11-23

presentatie Frans Hoogeveen

 
[kop]‘Eigenlijk zou iedereen een beetje mantelzorger moeten zijn’ [onderkop]De bijzondere benadering van slager Henk van ’t Slot
[intro]Henk van ’t Slot zit al veertig jaar in het slagersvak, de laatste twintig als trotse eigenaar van twee zaken in Wassenaar. Samen met vrouw, zoon, dochter en veertig man personeel staat hij klaar voor zo’n 4000 klanten per week, onder wie natuurlijk ook mensen met dementie. Henk heeft zo zijn eigen manier om met hen om te gaan en op die manier zijn steentje bij te dragen aan een dementievriendelijke samenleving. Patricia Muijres sprak met hem.
Toen we je vroegen voor een interview reageerde je meteen enthousiast, vanwaar deze positieve reactie?
‘Dat komt met name omdat ik het hele ziekteproces bij dementie van heel dichtbij heb meegemaakt, bij mijn moeder. Wij hebben als kinderen gezien hoe zij van een heel zelfstandige vrouw veranderde in een totaal afhankelijk iemand. Mijn moeder kwam al vroeg alleen te staan, met drie kleine kinderen, doordat mijn vader op jonge leeftijd overleed. Ze is altijd heel ondernemend geweest, leidde haar eigen leven, regelde alles zelf. Dus in het begin hadden we niet zo in de gaten dat er iets niet klopte. Pas toen mijn oom uit Canada een paar weken bij haar logeerde gingen de alarmbellen rinkelen. ‘‘Het gaat echt niet goed met je moeder,’’ zei hij tegen ons. ‘‘Ze gaat naar de supermarkt om brood te halen maar komt met spinazie terug.’’ En toen belde ook de fietsvereniging waar ze al jaren lid van was dat er een probleem was. ‘‘Je moeder kan niet meer mee hoor,’’ zeiden ze, ‘‘ze fietst alle kanten op behalve de goede.’’ Het bleek dat ze niet meer voorbij de controleposten kwam, ze was dan een totaal andere route aan het fietsen. Daardoor hebben we op een bepaald moment de fiets weg moeten halen. Dat vond ze niks natuurlijk. ‘‘Hij staat bij de fietsenmaker,’’ zeiden we dan. Uiteindelijk kreeg ze zelf in de gaten dat ze dement werd. Dat was voor haar heel frustrerend, daar werd ze zelfs boos om.’
‘Door deze ervaring voel ik me betrokken en ben ik me meer bewust van de emoties die mensen doormaken als er sprake is van dementie. Ik zie in de ogen van sommigen van mijn klanten dezelfde ontreddering als bij mijn moeder. Het gevoel van: ‘‘Waar ben ik, wat kom ik hier eigenlijk doen?’’ Soms zijn ze ’s morgens al geweest en komen ze ’s middags weer in de winkel. Soms reageren ze heel onvriendelijk en worden ze boos, dat hoort ook bij het ziektebeeld.’
Je herkent dus de signalen van dementie, hoe ga je daar vervolgens mee om?
‘In eerste instantie is het belangrijk alert en oplettend te zijn. Nemen mensen hun gekochte spullen mee? Lukt het om te betalen en nemen ze hun pinpas mee? Ik kijk en luister goed, en probeer ze te helpen als het nodig is. Vanochtend had ik nog een mevrouw in de winkel, die is altijd boos, die vindt altijd dat ze te lang moet wachten. Dan moet je als winkelier gewoon vriendelijk blijven en begrijpen wat er met die mevrouw aan de hand is.’
‘Een stukje service dat wij bieden is dat ik maaltijden bezorg bij mensen die telefonisch hun bestelling doorgeven. Soms merk ik de verwardheid dan al aan de telefoon. Dan weten ze niet wat ze willen bestellen. Of besef ik opeens dat ze het weekmenu uit de krant aan het voorlezen zijn. Dan vraag ik of ze naar de koelkast willen lopen om te kijken wat er nog in staat, ook in de vriezer. ‘‘O ja, is de reactie dan, dat heb ik ook nog.’’ Dan zeg ik: ‘‘Haal het er maar uit, dan is het een verrassing wat je eet.’’ Zoiets kost even tijd, je moet even aandacht geven, maar dat doe ik graag. Wel probeer ik structuur te brengen in het bezorgen, anders ben ik elke dag aan het rijden. Het voordeel ervan is dat ik thuiskom bij klanten, dat ik soms zelf zie wat iemand allemaal nog in de koelkast heeft staan.’
‘Ik maak ook wel mee dat mensen letterlijk de weg kwijt zijn. Afgelopen week nog liep er een oudere dame de winkel in. Ik vroeg wat ze wilde hebben. ‘‘Eigenlijk niks,’’ zei ze, ‘‘maar ik weet niet meer waar ik naartoe moet.’’ Ik kende haar niet, dus ik vroeg waar ze woonde. ‘‘In een aanleunwoning,’’ zei ze. Na veel vragen kwam ik erachter waar het ongeveer moest zijn en heb ik haar een eindje meegenomen en de weg gewezen. Ik woon en werk al zo lang in Wassenaar dat ik veel van mijn klanten ken. Het is zelfs weleens gebeurd dat ik een rollater achter in mijn auto heb gezet en de betreffende mevrouw naar huis heb gebracht omdat ik wist waar ze woonde.’
Hoe breng je jouw betrokkenheid over op je personeel?
‘Mijn zoon, die ook in de slagerij werkt en het management heeft over onze twee winkels, kwam met het idee om een communicatieboek in de personeelsruimte neer te leggen. Dat heeft hij op de Hoge Hotelschool geleerd. Daarin noteren we belangrijke gegevens en schijven we bijzonderheden op over onze klanten. Iedereen moet dan een paraaf zetten, zodat ik weet dat het gelezen is. Dat boek mag ook echt niet tussen de tijdschriften belanden, het moet altijd open liggen. Dat werkt heel goed. Ik bespreek dit onderwerp ook uitgebreid met mijn medewerkers en zij vinden het zelf ook heel belangrijk.’
‘We houden ook zeker de humor erin. We vertellen elkaar situaties die we meemaken, die zijn soms echt lachwekkend. En als we de naam van mensen niet weten, geven we ze een bijnaam, bijvoorbeeld ‘‘de generaal’’. Van hem weten we dat hij alleen een plakje worst komt halen. We kennen onze klanten, dat is een groot voordeel. Wat ik heel belangrijk vind en ook doorgeef aan mijn personeel is dat we allemaal een beetje mantelzorger moeten zijn. Iedereen heeft wel iemand met dementie in z’n familie of kent iemand met dementie, dus daarom vind ik voorlichting over een dementievriendelijke samenleving ook zo belangrijk.’
‘Eigenlijk zou er in een brancheblad over geschreven moeten worden, in een soort informatiebulletin. Zo’n vakblad heeft iedere branche wel. En dat zou kunnen dienen om personeel in die sector te informeren. Ook dat er Alzheimer Cafés zijn vind ik heel goed. Als daar iets besproken zou worden waar mijn personeel iets aan zou kunnen hebben, zal ik ze zeker aanmoedigen erheen te gaan.’
De cijfers laten zien dat er een enorme toename is in het aantal mensen met dementie, merk je dat ook in je winkels?
‘Ja, sinds een paar jaar merk ik wel dat er veel ouderen met rollators rondlopen die de weg niet weten. Bij onze andere winkel zijn dat er nog veel meer. De ouderen die daar komen, worden echt in de watten gelegd door mijn dochter en door het personeel dat daar werkt. Veel mensen komen er een kant-en-klaarmaaltijd halen. Wij spelen daar op in door hun kleine maaltijden aan te bieden, vegetarisch of met minder zout. Dat heb ik ook bij mijn moeder gezien, die at alleen nog maar maaltijdjes van drieëneenhalf ons per dag. Ik zette dan een paar van die maaltijden in de koelkast en die kon ze dan opwarmen in de magnetron. Tot het moment dat ze vergat dat het eten in de magnetron stond. Dan zegt dat ding braaf ‘‘ping’’, maar vervolgens staat het er de volgende dag nog steeds in. Ze ging pas eten als ze honger kreeg en dan begon ze aan de speculaas.’
Heb je nog belangrijke tips voor mantelzorgers?
‘Wat ik wel meer zou willen aanmoedigen is dat mantelzorgers ons laten weten wat er aan de hand is. Ik las een keer dat een mantelzorger had gezegd: ‘‘Sinds mijn bakker meer weet over dementie, kan ik mijn man weer met een gerust hart brood laten halen.’’ Daar ben ik het helemaal mee eens. Er zijn kinderen die een soort schaamte hebben voor wat er mis is met hun vader of moeder. Wat die eigenlijk zouden moeten doen, is gewoon de knop om draaien en denken: ‘‘Oké, ik bel nu de slager op om te vertellen wat er aan de hand is en of zij daar in
de winkel rekening mee kunnen houden. En dat doen we dan natuurlijk! Ik hoop trouwens wel dat tegen de tijd dat ik dement zou kunnen worden, praten over dementie uit de taboesfeer is. Als we echt naar een dementievriendelijke samenleving toe willen, is dat echt het eerste wat er moet gebeuren. Maak het bespreekbaar. Dan kan er ook een goede samenwerking komen tussen de mantelzorger en de winkelier. Het gebeurt nu ook al weleens dat een dochter van een klant me opbelt om me dingen te vertellen of te vragen, maar dat mag best vaker.’
Wat zou je andere winkeliers willen meegeven?
‘Dat je goed moet opletten wat voor mensen je staat te helpen. Wie zijn je klanten? Kijk goed of ze hun aankopen wel meenemen. Of loop achter de toonbank vandaan en zet de spullen in hun tas of rollator. Praat erover met het personeel en geef je betrokkenheid door. We hebben het nu over dementie, maar ik vind dat je überhaupt respect moet hebben voor ouderen met een rollator of die wat langzamer lopen. Soms heb je natuurlijk weleens de neiging om te denken: loop eens even door. Met name in een supermarkt zie je dat heel sterk. En toch kan het personeel van een supermarkt ook alert en behulpzaam zijn. We worden allemaal ouder en dementie kan ook je klanten overkomen. Daar zouden winkeliers zich meer bewust van moeten worden. Want eigenlijk is het allemaal ook betrekkelijk simpel: we moeten gewoon een beetje op elkaar letten en allemaal een beetje mantelzorger zijn.’ 



Onze Stichting is afhankelijk van giften om de kosten van alle activiteiten te kunnen financieren.
Wilt u ons steunen door een bijdrage te storten op rekeningnummer NL97 SNSB 8837 8253 58 t.n.v. Stichting Dementievriendelijk Berg en Dal? Elk bedrag is van harte welkom. 
De stichting is geregistreerd bij ANBI onder het KvK nummer 83461892 .

Via onderstaande QR code komt u rechtstreeks via een veilige verbinding op het bankrekeningnummer van onze stichting en kunt u zelf uw gift/ donatie bepalen.
Hartelijk dank alvast!



MINI-SYMPOSIUM  'Herken jij dementie' 14 november 2023

 
Nederland telt steeds meer mensen die lijden aan een vorm van dementie. We gaan steeds vaker mensen met dementie tegenkomen in onze buurt,  in onze verenigingen, als vrijwilliger bij de voetbalclub, in winkels,  cafe’s en restaurants.  Hoe ga je daarmee om? Hoe herken je mensen die dementie hebben? Hierover gaan we het 14 november hebben tijdens het mini-symposium ‘HERKEN JIJ DEMENTIE?'
 
Dit vindt plaats in het Kulturhus in Beek en begint om 15.30 uur met inloop en een kop koffie of thee. Frans Hoogeveen en Walter Vrijsen zullen dan interactief het thema ‘dementie en hoe doe je dat met elkaar’  behandelen. De dagvoorzitter is een bekende: Paul Wilbers, oud burgemeester van Ubbergen. Om 19u sluit het officiële gedeelte, tusssendoor is er soep met broodjes en tijd om met elkaar in gesprek te gaan over wat lastig is maar ook wat wel goed werkt.
 
Mensen die dementie krijgen blijven vanaf het moment dat de diagnose gesteld wordt doorgaans nog zo’n zes jaar thuis wonen. In hun vertrouwde omgeving. Maar dat betekent dus ook in onze omgeving. Mensen met dementie kunnen nog best lang, vooral met een beetje hulp en begrip van de omgeving, meedoen. De buurt, vrienden en verenigingen worden dan heel belangrijk. Houd mensen met dementie zolang mogelijk erbij. Zeg niet te snel: ‘Het gaat niet meer’.
 
Dus meld je aan via [email protected] om een plek te reserveren. 

We worden steeds ouder en blijven langer thuis wonen.

In Nederland worden we steeds ouder. Dit komt mede door onze manier van leven en door de goede gezondheidszorg. Maar omdat we steeds ouder worden krijgen we ook meer kans op het krijgen van kwalen en ziekten. Zo hebben we meer kans op het krijgen van een vorm van dementie. 


De meeste mensen vinden het fijn om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, ook als ze een vorm van dementie hebben. In Nederland woont 75% van de mensen met dementie thuis. In Berg en Dal wonen nu ongeveer 800 mensen met dementie, over 20 jaar is dat aantal gestegen naar 1300.  We krijgen in ons dagelijkse leven dus veel vaker te maken met dementie.


Mensen met dementie horen erbij!

De meeste mensen met dementie blijven thuis wonen in onze gemeente Berg en Dal. Ze zijn familie, buurman, vriend of doen mee in onze verenigingen. Je ziet het meestal niet meteen maar je merkt soms ander gedrag op. Dit gedrag is vaak lastig te begrijpen of we vinden het moeilijk om er mee om te gaan. 

Hoe worden we dementievriendelijk? Wat is er nodig?

Er is niet zoveel nodig. Het helpt al als we iemand met een vorm van dementie herkennen en daar beter op kunnen reageren. Gewoon op straat, in onze verenigingen en onze clubs en in winkels of horeca in onze gemeente. Onze houding en onze wil om mensen erbij te laten horen is belangrijk. 

Waarom een dementievriendelijk Berg en Dal

Wij willen de komende jaren de inwoners van de gemeente Berg en Dal bewust maken van de impact van dementie op de samenleving. Het helpt als mensen dementie niet alleen herkennen, maar vervolgens ook iets kunnen betekenen voor iemand met dementie of een mantelzorger. 

Onze stichting wil in Berg en Dal kennis over dementie verspreiden, voorlichting geven of cursussen aanbieden. Wilt u ons hierbij helpen? Neem dan contact met ons op!

 

Voor het werk van de Stichting heeft de gemeente Berg en Dal een startsubsidie verstrekt en daarmee ook het belang van het werk van de Stichting onderstreept. Verder is de Stichting afhankelijk van giften om de kosten van alle activiteiten te kunnen financieren. 

Wilt u ons steunen door een bijdrage te storten op rekeningnummer NL97 SNSB 8837 8253 58 t.n.v. Stichting Dementievriendelijk Berg en Dal? Elk bedrag is van harte welkom. 
De stichting is geregistreerd bij ANBI onder het KvK nummer 83461892 

Beleidsplan en financiële verantwoording

De stichting wil kennis verspreiden en informatie delen. Kennisverspreiding om te zorgen dat bij een breder publiek het bewustzijn van inclusie en dementievriendelijkheid wordt bevorderd. Voorbeelden zijn:
-Artikelen via de huis-aan-huis bladen voor een breder publiek beschikbaar stellen.
 
-Praktische cursussen ‘in company’ en algemene praktische cursussen voor inwoners organiseren.
- verslag doen van de avonden/ middagen van het Alzheimer-café zodat een breder publiek
 geïnformeerd wordt over de informatie die daar gedeeld wordt.
 
-Een Dementiewijzer/waaier ontwikkelen met communicatietips en antwoorden op veel gestelde vragen over dementie en omgaan met mensen met dementie.
 
-Lokale verbindingen leggen tussen bestaande initiatieven bijvoorbeeld:
-Alzheimer café
-mantelzorgsteunpunt
-diverse verpleeghuizen
-zorgboerderijen
-dementieNet Berg en Dal
-Alzheimer Nederland (afdeling Nijmegen) en ook de landelijke stichting ‘ samendementievriendelijk’
-netwerk100
-Voorlichting en trainingen aan verenigingen en ondernemers zodat de samenleving wordt voorbereid op participatie en inclusie van mensen met dementie.
 -bevorderen van inclusief sporten voor mensen met dementie
 
Inmiddels zijn hiervan al (deels) gerealiseerd:
-2-wekelijks artikel over dementie of dementievriendelijkheid in de huis-aan-huis kranten Rozet en het gemeentenieuws.
-maandelijkse verslaglegging van het Alzheimer café in diezelfde huis-aan-huiskranten
-Naamsbekendheid en missie verspreid bij diverse instellingen (huisartsen, Alzheimer Nederland afdeling Nijmegen e/o, welzijnsorganisatie Forte Welzijn, gemeente Berg en Dal en gemeenteraad, zorgtrajectbegeleiders, inclusief sporten, samenwerking met bibliotheek).
Deelname aan werkgroep “Inclusief sporten ”van Sportstimulering Berg en Dal”.
Deelname aan project “Langer zelfstandig thuis wonen” van de gemeente en Welzijnsorganisatie Forte Welzijn.
Opzet training “omgaan met dementie” voor personeel binnen het gemeentehuis.
Opzetten van inclusief sporten in diverse beweegtuinen binnen de gemeente.
 
Financiële verantwoording 2022 Stichting Dementievriendelijk Berg en Dal
 
Aangezien de Stichting Dementievriendelijk Berg en Dal pas medio 2021 is opgericht en het enige tijd duurde voordat er een zakelijke rekening kon worden geopend zijn de aanloopkosten deels door de gemeente Berg en Dal voor hun rekening genomen. Deze kosten (notariskosten, kosten ontwikkelen en onderhoud website, ontwikkelen logo, folders, kantoorkosten, reiskostenvergoeding etc.) Deze kosten bedroegen in 2021 bijna 2300 euro. Daarnaast stelde de gemeente in de 2de helft van het jaar een subsidie ter beschikking van 10000 euro om het verder ontwikkelen van een dementievriendelijke gemeente door de Stichting mogelijk te maken. 
Met dat bedrag kunnen wij in 2022 prima onze (opstart) activiteiten financieren omdat PR, netwerken etc. niet zoveel hoeven te kosten. Wij willen zoveel mogelijk allianties vormen met andere betrokken organisaties om gezamenlijke activiteiten te kunnen ontwikkelen. Deze staan al deels beschreven in ons beleidsplan. Voor een aantal activiteiten is al een aanzet gegeven.
Vooralsnog schatten wij deze aanloopkosten voor 2022 op 4000 euro. Deze kosten gaan vooralsnog zitten in publiciteit (aanpassen folders, ontwikkelen dementiewijzer, drukkosten etc). in gezamenlijkheid met onze netwerkpartners zullen specifieke projecten worden ontwikkeld met een daarbij passende begroting
De financiering van die activiteiten/projecten hopen wij mede mogelijk te maken via donaties van begunstigers.  Om die redenen is ook de ANBI status aangevraagd om donaties ook belastingtechnisch wat aantrekkelijker te maken omdat ze dan aftrekbaar zijn